
Hoe je infraroodverwarmers met hoge plafonds echt ‘slim’ maakt
Als je ooit hebt geprobeerd een ruimte met erg hoge plafonds op te warmen, weet je wat voor uitdaging dat is. Je zet de verwarming op maximale stand, maar al die warmte stijgt gewoon omhoog naar het plafond, waar die totaal geen effect heeft. Het is dan ook verspilling van geld, en je blijft nog steeds rillen.
Daarom zijn infraroodverwarmers ideaal. In plaats van elke centimeter lucht op te warmen, stralen deze apparaten de warmte rechtstreeks naar beneden. Het voelt alsof je in het zonlicht staat op een koude dag: snel en effectief.
Het ‘slimme’ aspect goed regelen
Het doel is om meteen dat gevoel van warmte te krijgen zodra je de kamer binnentreedt. Daarvoor verbinden we de verwarmer met een slimme hub, gebruikmakend van technieken als Zigbee of Matter.
Maar hier is het trucje: zet de temperatuursensor niet op het plafond. Dat heeft geen zin. Zet hem juist op de plek waar jij staat.
Wanneer de sensor kou detecteert, stuurt hij het signaal door naar de relais, zodat de verwarmer wordt aangezet. Omdat infraroodlampen zich binnen seconden opwarmen, hoef je nauwelijks te wachten. Je hoeft alleen maar een app te gebruiken of je stemassistent te vragen om de verwarmer aan te zetten, en je voelt de warmte meteen.
De saaie (maar belangrijke) elektrische aspecten
Voordat je apparaten gaat kopen, moet je eerst kijken naar je elektrische panel. Deze verwarmers vereisen veel stroom.
Probeer ze dus niet zomaar in een goedkope slimme stekker te stoppen. Hierdoor kan de relais beschadigen. Gebruik in plaats daarvan een robuste contactor. Denk erbij dat dit een soort tussenpersoon is: de slimme schakelaar geeft het signaal aan de contactor, die vervolgens de stroom regelt. Dit is veiliger.
Je moet ook rekening houden met de hoogte. Een verwarmer die 6 meter boven de vloer hangt, heeft meer kracht nodig dan een verwarmer die op 3 meter hoogte hangt, om dezelfde warmte op de vloer te creëren. Wees voorzichtig met het aantal wattage; anders zal degene die zich recht onder de verwarmer bevindt, oververhit raken.
Praktische tips
Een belangrijk punt dat vaak over het hoofd wordt gezien, is de ‘dode zone’. Als je maar één lamp in het midden van de kamer plaatst, ontstaan er overal koude plekken. Je wilt dat de warmtestralen elkaar overlappen, zodat de warmte gelijkmatig wordt verdeeld.
Zodra je de slimme regelingen hebt ingesteld, kan het systeem bepalen hoe vaak de verwarmer aan en uit moet gaan. Dit voorkomt dat de lampen constant flikkeren en zorgt er ook voor dat ze langer meegaan.